Ik sta op. Ik neem de lift naar beneden. Ik haal dingen uit de ijskast en laat deze open. Ik neem een bad en zet de wasmachine aan. Ik laat het water stromen. Ik neem mijn dikke auto en rijd naar de stad ...
Een verstrooide professor verliest zijn geheugen. Hij graaft in zijn eigen hoofd en slaagt erin zijn hersenomvang opnieuw te laten toenemen. Hierdoor krijgt hij zijn kennis terug.